Verschillende elfenvolken

Firnelfen

Deze kleine volkerengroep (ongeveer 2000) leeft in het uiterste noorden van Avonturië, in het eeuwige ijs, ver weg van de beschaving. De firnelfen, die ook ijs- of winterelfen worden genoemd huizen in machtige ijspaleizen die ze middels hun magie creëren. Hun levenswijze is volledig afgestemd en aangepast aan de extreme levensomstandigheden in de koude van het hoge noorden. Zo zijn ze bijv. het enige volk op het conti­nent dat geen gastrecht kent. Het is immers te moeilijk om aan voedsel te geraken. De sibbe staat in het middelpunt van het leven, want niemand zou op zijn eentje in de barre omstandigheden kunnen over­leven. In grote groepen maken ze jacht op mammoeten, zeetijgers en firnjakken en waarlijke meesters zijnde in de leerbewerking verwerken ze de pelsen van deze en ook andere dieren zoals firunbeer, vos, haas, rob, enz. tot dekens, kledij, e.d. Vermits (brand)hout schaars is worden botten verwerkt tot allerlei werktuigen.

Enkel in de zomer verlaten enkelen onder hen deze zelf gekozen verbanning om ruilhandel te bedrijven, vooral met nivezen [1] en norbarden [2] en in de steden Leskari en Paavi. Barnsteen, pelsen en beender- en ivoorsnijwerk worden dan geruild tegen honing, suiker, zout, wollen doeken, hout en dergelijke mate­rialen waar ze niet kunnen aangeraken. Meestal keren ze snel terug, want buiten zijn sibbe voelt een firnelf zich als een ontworteld wezen, verteerd door heimwee en verlangend naar de vertrouwde ijsvlaktes van het hoge noorden.

Aanbevolen culturen: firnelfse sibbe

Mogelijke culturen: ouwelfse sibbe, steppenelfse sibbe, elfse nederzetting, fjarningers, Gjalskerland, nivezenstam, norbardensibbe, Thorwal

 

Ouwelfen (vlakte-elfen, laaglandelfen)

Als een mens al eens een elf ontmoet is het meestal of toch vaak een ouwelf. De ongeveer 12000 ouwelfen, vormen de grootste volkerengroep onder de elfen, bijna ²/3e. Hun oorspronkelijke levens­wijze, -na de val van de hoogelfen en voor de komst van de mensen-, nl. paalbouwsels in drassige ouwen, vindt men nog enkel bij enkele stammen in het noorden. Ook in de vruchtbare vlaktes in Garethië en Almada zijn er enkele sibben te vinden die hier reeds sinds mensenheugenis leven en dus vaak veel menselijke zaken hebben overgenomen. Vele vlakte-elfen, zoals ze ook worden genoemd, hebben dan ook een scheut mensenbloed in hun aderen. Ongeveer een derde van hen leeft in of in de buurt van menselijke steden en dorpen, waar ze vaak ook een ambacht beoefenen, bijv. in Kvirasim en Oblarasim.

Sommige ouwelfen leven als jagers en verzamelaars, andere verbouwen kruiden en fruit en ruilen deze bij de mensen tegen spullen die ze zelf niet kunnen of willen maken. Ook visvangst d.m.v. speer, harpoen en schepnet wordt vaak beoefend. Ook als imkers zijn ze soms werkzaam.

Als je als minder ervaren speler toch een (volbloed)elf wilt spelen, is de ouwelf het meest geschikt. Je vindt bij hen immers de bandbreedte van wilde elfen die nog nooit een mens hebben gezien, over in de omgeving van mensen levende elfen die geregeld met hen ruilhandel drijven tot tussen mensen levende en bij hen opgegroeide elfen die de zeden en gewoonten der mensen kennen en er hooguit meelijwekkend het hoofd over schudden. In combinatie met de cultuur ‘elfse nederzetting’ wordt het spelen van een elf dan veel toegankelijker.

Aanbevolen culturen: Ouwelfse sibbe, steppenelfse sibbe en elfse nederzetting

Mogelijke culturen: woudelfse sibbe, Andergast/Nostria, Bornland, Garethië, Middelrijk, Norbarden­sibbe, Sveltdal, Yaquirië (enkel Almada)

 

Woudelfen

Net als hun broeders leven de ongeveer 6000 woudelfen enkel in het noorden van het continent, waarvan +/- 4000 in het gebergte der Salamanderstenen. Ongeveer een zesde der woudelfen leeft met mensen tezamen of in de omgeving van en in nederzettingen als Kvirasim en Gerasim. De meesten onder hen zijn echter nog meer met de natuur verbonden dan hun vlakte-elfse broeders en mijden het contact met de menselijke beschaving. In het binnenste van het Salamander­stenengebergte leven bijv. woudelfen die nog nooit een mens hebben ontmoet.

De woudelfen wonen gewoonlijk in middels magie gecreëerde boomwoningen die zowel kunstwerk, als plant en behuizing tezamen zijn. D.m.v. levende bruggen worden de boomwoningen en bomen hoog boven de begane grond met elkaar verbonden tot echte woudpaden.

Het woud biedt de woudelfen alles wat ze nodig hebben. Talrijke planten leveren voedsel. In de beken en riviertjes wordt gevist en jachtwild is overvloedig. Ze zijn begenadigde jagers, maar net als de andere elfenvolken jagen ze slechts dat wat ze zelf of hun sibbe nodig hebben. Individueel wordt vooral op haas en konijn, marterachtigen, fazant e.d. gejaagd, in groep jagen ze op grootwild zoals, everzwijn, hert en eland.

Woudelfen kleden zich graag in (wild)lederen kleding, vaak versierd met allerlei trofeeën.

Aanbevolen culturen: woudelfse sibbe

Mogelijke culturen: ouwelfse sibbe, steppenelfse sibbe, elfse nederzetting, Andergast/Nostria, Bornland, Middelrijk, norbardensibbe, Sveltdal

 

Elfvariant: Halfelfen

Alhoewel voor halfelfen alles wat over elfen gezegd is slechts in afgezwakte vorm geldt, zijn voor mensen de halfelfen (door de elfen “menselfen” genaamd) nog steeds zeer exotisch en als mooi aanzien. De oren zijn een weinig spits, de ogen net groter dan die van mensen, maar duidelijk kleiner dan die van elfen. Baardgroei is bij hen bovendien uiterst zeldzaam. Bij sommigen zijn er ook een aantal lichamelijke opvallendheden, zoals enkele haarstrengen uit glanzend zijdig elfenhaar, die een ander kleur bezitten dan het normale haar of markante oogkleuren of zelfs twee verschillend gekleurde ogen, zoals blauw en violet en bruin en barnsteen.

De controle die elfen hebben over hun vruchtbaarheid is in combinatie met een mens slechts gedeeltelijk werkzaam, wat echter de meeste elfen niet weten. Toch is deze verbinding tussen mens en elf vrij zeldzaam. De meeste halfelfen zijn het resultaat van een enkele nacht of een vluchtige affaire, waarbij vaak de mens door de schoonheid van de elf en de elf door de vreemdheid van de mens wordt aangetrokken. Veel zeldzamer is een langere verbintenis tussen een elf-mens-koppel die niet alleen bemoeilijkt wordt door het feit dat een van de twee weggerukt wordt uit zijn cultuur, maar vooral vanwege de verschillen in levensduur.

Halfelfen worden ouder dan mensen, maar meestal zelden boven 100 jaar. Ze behouden echter hun jeugdelijke uitzicht en vermogens en worden slechts ‘geplaagd’ door de ouderdom enkele jaren voor hun dood.

Halfelfen worden geken­merkt door de dadendrang van hun menselijke ouder en de liefde voor de natuur en de muziek van hun elfse ouder. Vaak voelen deze ‘schepsels’ zich echter als een wezen tussen twee werelden, want vanwege de vooroordelen der mensen zullen ze zich niet steeds bij hen op hun gemak kunnen voelen. En nog minder zullen ze zich onder de elfen thuis voelen want ook deze laten hen gewaarworden dat ze anders zijn, zodat ze niet (steeds) als volwaardig stamlid worden aanvaard. Bovendien missen de allermeeste halfelfen de tweestem­migheid, met als gevolg dat ze niet in staat zijn om de elfenliederen uit te voeren en de oude elfentaal Asdharia zullen ze weliswaar eventueel kunnen verstaan, maar nooit kunnen spreken, toch niet zo dat een elfse verwant het als mooi zal aanvoelen. Weliswaar zijn ze allen van nature uit magisch begaafd, doch de ontwikkeling van hun magische gaven is in een elfse sibbe moeilijk omdat ze vanwege het ontbreken van de tweestemmigheid niet kunnen deelnemen aan de salasandra. Ze moeten dus vooral leren van anderen of d.m.v. waarnemen. In een menselijke omgeving moeten ze magie aanleren van een andere toverkundige. Indien zich niemand om de ontwikkeling van hun magische gaven bekommert, dan worden ze magiedilettanten.

En zo blijft de halfelf een eenzame zwerver tussen twee werelden, niet te verwonderen dat ze vaak rondtrekken en daardoor meestal het gezelschap van mensen verkiezen.

De speler van een halfelf heeft alleszins veel mogelijkheden om deze tweespalt uitdrukking te verlenen: ziet hij zijn halfelf als een nobele bemiddelaar tussen twee culturen of als een vrolijk kind dat het beste van twee werelden in zich verenigt, als ongelukkig en ongewenst kind vol zelfvertwijfeling of als duistere enkeling die elke genegenheid voor zwakte aanziet? Mogelijkheden zijn er te over.

(Opm.: Kruisingen tussen en elfen en andere rassen dan mensen zijn op natuurlijke wijze volstrekt onmogelijk!)

Aanbevolen culturen: elfse nederzetting, Middenrijk, Garethië, Sveltdal, Thorwal, Yaquirië (enkel Almada), nivezenstam, norbardensibbe

Mogelijke culturen: ouwelfse sibbe, woudelfse sibbe, Andergast en Nostria, Aranië, Bornland, Gjalskerland

 


[1] Nivezen: Halfnomadisch volk van jagers en rendierherders dat de noordelijke steppen bevolkt, te vergelijken met de aardse Samen (Lappen)

[2] Norbarden: In het noorden van het Avonturijnse continent in karavanen rondtrekkend handelaarsvolk met Tulamidische (zuiderse) wortels.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s