Leefgemeenschappen

Thorwalers wonen meestal in een gemeenschap. Dit kan een sibbenverband, een dorpsge­meenschap of een ottajasko zijn. Enkel in grote nederzettingen zoals de stad Thorwal of Olport wordt hiervan afgeweken. Dan zijn de leden van de ottajasko tevens lid van de stads­gemeenschap.

 

Sibbe:

Dit is een groot familieverband (eigenlijk een gemeenschap tussen familie en stam in) die hoofdzakelijk van landbouw leeft of een gemeenschappelijk ambacht uitvoert, bijvoorbeeld tonnen maken J. Traditie is hier zeer belangrijk.

Een sibbe woont op een hofstede en omvat zelden minder dan dertig, vaak tot 80 à 100 personen. Vier à 5 generaties leven op zo’n hofstede, met hun verwanten tot de vierde graad en aangetrouwden. (Het is immers niet abnormaal dat een jongere ongetrouwde persoon zijn broer of zus volgt.)

Het sibbehoofd (hersir) is bezitter van het (meestal karige land) en beslist autonoom en auto­ritair over handel, vete, verbonden, …

Zo’n gemeenschap is zo goed als autark omdat de afstanden tussen de verschillende gemeen­schappen te groot zijn of moeilijk overbrugbaar, vooral in de winter.

In zulke gemeenschappen heeft ieder zijn taken en specialisatie. De meeste personen kunnen meerdere taken/ambachten; of men nu eerder boer of visser is, ook het dak moet worden gerepareerd, stoffen moeten geweven worden, eten klaar gemaakt, enz…  Er zijn geen typisch mannelijke of vrouwelijke taken.

De sterkere hofbewoners worden tevens door de oudere in het krijgsambacht onderwezen.

Om opgenomen te worden in de gemeenschap der volwassenen van de sibbe dient elke jongere een proef af te leggen, waarover hij vaak zelf beslist. Een begaafde lierspeler moet een lied dichten en voordragen, een bekwame ruiter een veulen temmen, een beginnende jager een bijzondere buit binnenhalen. Ook moedproeven zijn zeer in trek. De keuze van de opgave is reeds een deel van de proef waarin wordt getest of de nieuweling zijn keuze wijs maakt (in het belang van de gemeenschap, naargelang zijn vaardigheden, enz.)

De proeven moeten niet steeds alleen worden uitgevoerd. In sommige gemeenschappen voeren de jongeren de proeven gezamenlijk uit. Veracht wordt alleszins diegene die bedrog pleegt. Een betrapte dient de gemeenschap ogenblikkelijk te verlaten en heeft grote schande over zich en zijn familie gebracht. Wie echter de opgave met list weet te overwinnen, krijgt aanzien.

Na het doorstaan van het ritueel volgt uiteraard een feest. Pas na het doorstaan van dit feest wordt men als volwassene beschouwd, kan men trouwen, een klacht indien op de hjalding, verdragen bezegelen, strijden voor de gemeenschap, enz…

Wat er gebeurt als een persoon niet lukt in de proef is verschillend van gemeenschap tot gemeenschap. Spot oogsten zal nog het minste zijn.

 

 

 

Ottajasko:

Dit is een scheepsgemeenschap. Hierbij staat de hofstede niet (meer) in het middelpunt, maar het langschip, dat garant staat voor het overleven van de gemeenschap, zij het door handel, zij het door rooftocht. Landbouw en ambacht spelen een ondergeschikte rol.

Het leven in deze gemeenschap is tevens een filosofie, het belang van de gemeenschap staat immers boven het belang van het individu!

Ottajasko’s hebben hun naam vaak naar hun eerste schip of van de bijnaam van de oprichter van de ottajasko.

Anders dan in een sibbe, waar de aanvoerder zijn leiderschap heeft via zijn status, wordt de hetman/hetvrouw bij de ottajasko gekozen door de gemeenschap, als eerste onder gelijken (en kan dus ook afgezet worden). De hetlieden zijn meestal ook de kapitein van het schip. Ze voeren o.a. onderhandelingen en spreken recht. Bij aangelegenheden die over de ganse otta­jasko handelen, laten ze zich echter bijstaan door de gemeenschap zodat deze samenlevings­vorm min of meer als democratisch kan beschouwd worden.

Indien een ottajasko ooit zo gedecimeerd wordt door welke reden dan ook zodat ze geen schip meer kan bemannen, dan verdelen de leden zich over andere ottajasko’s of ze werven soldeniers aan.

Om opgenomen te worden in de gemeenschap der volwassenen van de ottajasko dient net als in de sibbe elke jongere een proef af te leggen. Waar de gemeenschap zich ook bevindt (aan de kust, in het binnenland of in een stad,…) zolang ze de traditionele levenswijze der Thorwalers volgt, is deze rituele opname (ottajara genaamd) een belangrijk en onontbeerlijk ritueel, waaraan ook oudere personen die willen toetreden tot de ottajasko dienen aan deel te nemen. Wat de ottajara is kan zeer verschillend zijn. In sommige gemeenschappen is dit eerder een jolige bedoening met een veeleer symbolische betekenis, terwijl een andere gemeenschap een zware taak kan opdragen.

Voorbeelden van ottajaras zijn o.a. de beroemde ‘golfloop’, bekend vanuit Zuid-Thorwal waarbij de persoon over de roeiriemen van een varend schip dient te lopen met een drink­hoorn en een bijl in de hand of het duiken onder een varend schip door. In de gemeen­schappen die nog de oude gebruiken plegen, zijn de ottajaras wezenlijk ernstiger omdat enkel de moedigsten, sterksten, behendigsten, … uitverkoren werden om op een schip te varen. De ottajara kan dan zijn: een gevaarlijk dier jagen (Ifirnshaai, holenbeer, …), meerdere dagen alleen op een schip varen en de weg terug vinden. Ook komt het voor dat men zich tegen de dapperste en moedigste krijger van de gemeenschap dient te weren en toch na de nederlaag geen zwakte mag tonen.

Na het doorstaan van de ottajara is het verkrijgen van een tatoeage, -vaak de eerste- gebrui­kelijk.

Wat gezegd is over het opnameritueel in de sibbe geldt ook hier, nl. pas na het doorstaan van het ritueel wordt de persoon als volwaardig lid van de ottajasko beschouwd en kan dus trouwen, een klacht indien op de hjalding, verdragen bezegelen, op scheepstocht (handel- of rooftocht) gaan, enz…

Wat er gebeurt als een persoon niet lukt in de proef is verschillend van ottajasko tot ottajasko. Spot oogsten zal ook hier nog het minste zijn. De persoon mag geen voet op het schip zetten, want dat brengt ongeluk, hij heeft een voorspreker nodig om iets aan te klagen op de hjalding.

In sommige ottajasko’s is mislukken zo erg dat de jongere de gemeenschap dient te verlaten en trekt dan vaak noodgedwongen naar een stad of een dorp waar veel van deze ontwortelden zonder familieverband leven. Het is al zelfs voorgekomen dat ouders, broers en zussen de gemeenschap dienden te verlaten.

Anders is het bij kreupelen e.d. Met uitzondering van enige sibben in Gjalskerland waar de zwakken uit het dorp worden gejaagd en aan hun lot worden overgelaten, dienen zij uiteraard geen proef af te leggen. Zulke personen genieten de bescherming van Travia en Ifirn en men dient hen te achten.

Weigert echter iemand de ottajara zonder goede reden dan dient hij zijn heimat te verlaten. Het weigeren van de ottajara staat immers gelijk met het afwijzen van de gemeenschap!

 

Farneyti:

Dit is een kleine doelgerichte scheepsgemeenschap, bestaande uit kleine families of ambachtslui die gezamenlijk een klein schip (bijv. een knor) onderhouden om handelsreizen te ondernemen. Meestal wordt zulk een gemeenschap gevormd door vier tot acht families/ambachtslui die zelden langer bij elkaar blijven dan hun schip nuttig is. Vaak wordt de bond door een eed tot trouw aan de gemeenschap bezegeld, waarin ieder de andere zal bijstaan.

 

Dorpsgemeenschap:

Deze wordt gevormd uit inwonende families en andere bewoners die binnen het invloeds­gebied van een dorp leven. De meestal kleinere families doen aan landbouw, visvangst of oefenen een ambacht uit.

De familiebinding is veel belangrijker dan het gemeenschapsgevoel; enkel zaken die tezamen moeten geregeld worden, worden samen geregeld. Hoe ver dat gaat is steeds de oorzaak van handtastelijke bezigheden (en bij Thorwalers betekent dat vaak een stevige knokpartij).

Ook hier wordt een hetvrouw/man gekozen die echter rekening moet houden met de mening  van de meerderheid van het dorp omdat ie anders wordt afgezet. De hetlui zijn in rang en stand het best te vergelijken met een ‘dorpsoudste’ in het Middenrijk die de belangen van het dorp vertegenwoordigt.

 

opmerking:

–     In dorpen en steden leven tevens mensen zonder familiebinding of binding aan een otta­jasko of sibbe, bijv. ingeweken ambachtslieden, handelaars en zulke die om de een of andere reden niet willen of meer kunnen aansluiten bij een andere gemeenschap.

–     Daar waar een ottajasko deel uit maakt van een dorpsgemeenschap domineert ze meestal de samenleving aldaar. Vaak is dan de hetman van de ottajasko ook de hetman van het dorp. Enkel als de meerderheid van het dorp niet tot de ottajasko behoort of de ongebonden mensen kunnen optornen tegen de ottajasko heeft de hetman van het dorp meer zeggen­schap dan de hetman van de ottajasko.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s