Elfse culturen

Elfse nederzetting

Tijdens het eeuwenlange contact tussen elfen en mensen is het niet uitgebleven dat enkele ouwelfse sibben zich verwijderd hebben van de natuurgerichte levenswijze (na de val van de hoogelfen) en in de buurt van mensen zijn gaan wonen. Zo zijn er niet alleen sibbes die in de omgeving van menselijke steden en dorpen gevestigd zijn, maar ook enclaves in enkele steden en dorpen zelf waarin elfen samen­troepen. Weliswaar hebben deze elfen zich voor een deel aangepast aan de menselijke levenswijze en cultuur, maar ze bewaren toch een nog steeds functionerend sibbenverband dat hun leven meer beheerst dan de menselijke levensomstandigheden. Vermits ze echter noch in te passen zijn bij de typische elfencultuur, noch bij de menselijke cultuur in wiens omgeving ze wonen, worden ze als een eigen cultuur beschouwd.

Men vindt deze elfse vestigingen vooral in Donnerbach (Donderbeek), Gerasim, Uhdenberg, Lowangen, Kvirasim, Oblarasim en in steden en dorpen langs de Yaquir.

Veel van deze elfen hebben ook menselijke beroepen, zoals verkenner, (kunst)ambachtsman en fruitteler.

Vermits deze elfen een vrij stabiele en goede omgang hebben met mensen en meer vertrouwd zijn met hun gewoontes, is deze cultuur (in combinatie met de ouwelf) zeer geschikt als personage in de meeste omstandigheden, alsook voor beginnende spelers.

 

Opmerkingen:

– Ondanks hun nabijheid tot mensen heeft deze elfse woonvorm toch nog zoveel van de eigen cultuur bewaard dat een elf die uit de elfse nederzetting voorkomt -net als bij de andere elfse woonvormen- het nadeel ‘elfs wereldbeeld’ bezit.

– Elfen die leven in zeer losse familieverbanden in Gareth, Al’Anfa en enkele andere grote steden worden gegenereerd d.m.v. een elfenvolk en de passende menselijke cultuur.

 

Firnelfse sibbe

De meeste firnelfen leven in kleine sibben, verspreid over de ijzige noordoostelijke vlaktes, of preciezer de Grimvorstwoestenij, langs de Breekijs- en Barnsteenbaai en op de Bereneilanden. Vroeger was hun typische behuizing het door magie gevormde ijspaleis. Nu ze vanuit het zuiden bedreigd worden door het ijsrijk Glorania en vanuit het noorden door de duisterelfen van de teruggekeerde Pardona, waarvoor ze meerdere duizenden jaren geleden gevlucht zijn, zijn verschillende van deze paleizen verwoest of verwaarloosd en hebben enkele sibbes zich teruggetrokken in beter te verbergen en te verdedigen ijs- en rotsholen, van waaruit ze verbeten strijden tegen het ‘zwarte ijs’ en Pardona. Anderen wijken verder uit richting westen, waar ze dan in conflict komen met andere volkeren.

Voor de firnelf is zijn heem en zijn familie zijn kostbaarste bezit. Ver van hun sibbe zijn ze dan ook ontwortelde wezens waaraan het heimwee knaagt. In hun thuislanden zijn ze echter genadeloze jagers. Het is moeilijk om hun vriendschap te winnen. Wanneer men één onder hen echter vriend kan noemen, dan is het voor het leven.

 

Ouwelfse sibbe

Deze elfen leven in nederzettingen aan de drassige vlaktes (ouwen) van de rivieren ten noorden van het gebergte de Salamanderstenen, maar ook verborgen in menselijk gebied aan de rivier de Yaquir in de Midden­rijkse provincie Almada en aan de Grote stroom in de Middenrijkse provincie Albernia. De meesten wonen in goed in de drassige rivieroevers verborgen paalwoningen. In Yaquirië bewonen ze ook vaak minder moerassige landgebieden. Ze drijven in beperkte mate handel met mensen en sommigen verbouwen wat fruit. Hoofdzakelijk leven ze echter, net zoals hun rasgenoten, van de jacht (en de visvangst).

 

Steppenelfse sibbe

De ongeveer 500 steppenelfen, ook kinderen van de wind genaamd, zijn een halfnomadisch elfenvolk dat een dichte verwantschap heeft met de ouwelfen. Ze trekken met hun pony’s, waarmee ze een sterke magische band genieten, door de Groene Vlakte, het hoogland tussen Kvil en Brinask of de steppe tussen Kvil en Letta.

Deze elfen zijn zeer trots, maar hebben desondanks toch het typische elfengeduld. De gelatenheid waarmee ze mensen opvorderen om hun gebied te verlaten, lijkt arrogant, de krijgslustige doortas­tendheid bij een weigering gruwelijk. Een mens zal bij hen steeds het gevoel krijgen dat hij voor deze elfen niet telt en hen koud laat, zolang hij hen met rust laat.

Vanwege hun antipathie tegen mensen zijn steppenelfse personages moeilijk in een door mensen gedomineerde groep te integreren, maar uiteraard kunnen ook zij hun redenen vinden om in de mensenwereld door te (moeten) dringen.

Woudelfse sibbe

Als men aan Garethiërs vraagt waar de elfen vandaan komen, dan zullen ze vermoedelijk de ‘Salaman­derstenen’ of het ‘Salamanderwoud’ zeggen. Dit zeer dichte begroeide en magische woud op de flanken van het gelijknamige gebergte, dat de elfen ‘Sala Mandra’ noemen is echter enkel de heimat van de woudelfen. Hun behuizingen laten zich middels menselijke bewoordingen zeer moeilijk omschrijven, want noch boomhut of boomhuis zijn werkelijk passende woorden voor de magisch geschapen woudelfse bouwsels uit levend hout die tegelijkertijd nest, paalwoning, beverburcht, boomhut, plant, boom en kunstwerk zijn. Ze variëren van ruime woonkoepels in de buurt van de bodem, over hoog groeiende torenwoningen tot van mammoetbomen naar beneden hangende woonnesten. Deze op kunstvaardige wijze met de flora verweven wooncreaties zijn verspreid over verschillende bomen en staan met elkaar in verbinding d.m.v. zogenaamde ‘levende bruggen’ of ‘woudpaden’.

Deze meest oorspronkelijke elfensoort maakt weinig contact met mensen en het valt amper te voorspellen hoe ze zich zullen gedragen bij een ontmoeting. Ze zijn meestal zeer vredig, maar zonder problemen bereid hun heem te verdedigen. Komt het tot een twist tussen hen en mensen dan kan het evenzeer zijn dat de verwonde en verdwaalde reiziger medelijden bij hen opwekt, maar het is evenzeer mogelijk dat ze staalhard zijn einde aanschouwen.

Zijn thuisgebied verlaten voor lange of zelfs voor korte tijd is voor een woudelf een ingrijpende gebeurtenis omdat hij zich dan in een volledig veranderde wereld bevindt, waarin hij ver verwijderd is van de dromen van het Sala Mandra, met als gevolg een gevoel van leegte. Bovendien zijn pure lust naar avontuur of zelfs nieuwsgierigheid bij hen zo goed als onbekend en daarenboven belast met het badoc. Daarom besluiten sommige elfen om juist niet meer terug te keren om hun sibbe te beschermen tegen het badoc dat ze vanaf dan meedragen.

De woudelfen uit de Salamanderstenen behoren tot de moeilijkst te spelen figuren überhaupt en ze zijn totaal niet geschikt voor lange queesten in vreemde landen, voor zeereizen of zoektochten naar schatten. Ze nog het meest geëigend voor avonturen die te maken hebben met de elfse volkeren en in de omgeving van de Salamanderstenen, bijv. als verkenner of kruinloper met een welbepaalde opdracht.

 

Uitzondering: Verwereldlijkte elfen

In enkele gemeenschappen hebben de elfen zich zover verwijderd van het leven in droom en salasandra, dat ze het ‘elfse wereldbeeld’ hebben opzij gezet, zodat ze nieuwe ervaringen verwerken zoals de kortlevenden dit doen. Dat maakt dat hun denken uitgaat naar de reële wereld en de werkelijkheid en niet naar licht en droom en salasandra bij hen geen centraal deel meer van hun leven is, maar een bijzonderheid op feestdagen

Hiervoor kunnen verschillende reden en zijn. Er kan mensenbloed in hen vloeien, ze kunnen lange tijd in contact hebben geweest met mensen, … Dit kan bijvoorbeeld mogelijk zijn bij vlakte-elfen die in menselijke contreien leven, of bij firnelfen die schipbreukelingen in hun midden hebben opgenomen.

Bij woud- en steppenelfen zijn er alleszins geen verwereldlijkte sibbes bekend.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s